IKC de Lunetten – van onderwijsvisie naar onafhankelijk ontwerp

Blog 18 augustus 2026

Hoe zorg je ervoor dat niet de inrichting, maar het onderwijs het vertrekpunt vormt voor een nieuw ontwerp?

Wanneer een school haar leeromgeving wil vernieuwen, is de verleiding groot om snel naar oplossingen te kijken. Nieuwe meubels, andere opstellingen, kleuren of een nieuwe indeling. Voor De Lunetten kozen we bewust voor een andere route.

Maaike Engels en Lot to Learn begeleiden het inhoudelijke proces vanuit onderwijs en de fysieke leeromgeving. Interieurarchitect Monika Sas is ondersteunend aan dit proces betrokken om de opbrengsten te vertalen naar een onafhankelijk ruimtelijk ontwerp.

Zo onderzoeken we eerst wat het onderwijs daadwerkelijk nodig heeft en maken we daarna de vertaling naar de ruimte.

Het vraagstuk

De Lunetten wil stappen zetten in de ontwikkeling van de fysieke leeromgeving. Daarbij is het belangrijk dat keuzes voor de nieuwe omgeving niet worden bepaald door wat er op de markt beschikbaar, mooi of populair is.

De centrale vraag is:

Wat vraagt ons onderwijs van de fysieke leeromgeving en hoe vertalen we dat vervolgens naar een passende omgeving?

Daarvoor moeten eerst andere vragen worden beantwoord. Hoe willen leerlingen leren? Welke verschillende activiteiten vinden gedurende een schooldag plaats? Wat vraagt dat van professionals? Waar is ruimte nodig voor samenwerken en ontmoeten en waar juist voor rust en concentratie? Hoeveel flexibiliteit en keuzevrijheid past bij de manier waarop De Lunetten onderwijs wil organiseren? Misschien nog belangrijker: waar staan we vandaag en welke stappen kunnen en willen we als team zetten om daar te komen?

Eerst onderwijs, daarna ontwerp

Maaike Engels en Lot to Learn begeleiden het team om de onderwijsambities steeds concreter te maken.

We maken daarbij bewust de beweging van:

onderwijsvisie → gedrag → activiteiten → functionaliteiten → ruimte.

Begrippen als eigenaarschap, zelfstandigheid, samenwerken en flexibiliteit worden niet rechtstreeks vertaald naar meubels.

Eerst onderzoeken we wat deze begrippen betekenen voor het dagelijkse handelen van leerlingen en professionals.

Want pas wanneer duidelijk is wat iemand moet kunnen doen, kun je bepalen wat de omgeving daarvoor moet bieden.

Van willen naar daadwerkelijk nodig hebben

Tijdens het proces werd steeds duidelijker dat een vraagstuk over de fysieke leeromgeving veel verder gaat dan inrichting.

Door kennis te delen over de invloed van de omgeving op leren, gedrag, welzijn en de manier waarop onderwijs georganiseerd wordt, is het team anders naar de eigen omgeving gaan kijken, dat zorgt niet automatisch voor snellere antwoorden.

Integendeel.

Nieuwe kennis levert soms juist meer vragen op.

Wat we in eerste instantie dachten te willen, is dat ook wat we nodig hebben? Past onze huidige manier van werken bij onze ambitie? Welke verandering vraagt een andere omgeving van ons als professionals? En kunnen we die verandering nu al maken, of hebben we daar tijd voor nodig?

Juist die tussenruimte is belangrijk.

Er zit een verschil tussen waar je als team nu staat, waar je naartoe wilt en wat je uiteindelijk nodig hebt om daar te komen. Dat kun je niet altijd in één sessie oplossen.

De fysieke omgeving als onderdeel van verandering

Een nieuwe leeromgeving neerzetten betekent niet automatisch dat onderwijs anders wordt. De omgeving kan verandering ondersteunen, uitnodigen en soms zelfs uitlokken. Maar het team moet vervolgens ontdekken hoe de mogelijkheden van die omgeving daadwerkelijk onderdeel worden van het dagelijkse onderwijs. Daarom kijken we niet alleen naar het toekomstige ontwerp, maar ook naar de ontwikkeling die nodig is om het te kunnen gebruiken.

Welke routines veranderen? Wat vraagt meer autonomie van leerlingen van de professional? Hoe organiseer je verschillende activiteiten naast elkaar? Wat betekent een andere omgeving voor klassenmanagement? En hoe leren leerlingen én professionals om bewust een plek te kiezen die past bij de activiteit? De ontwikkeling van de omgeving en de ontwikkeling van het team kunnen daardoor niet los van elkaar worden gezien.

De rol van de interieurarchitect

Interieurarchitect Monika Sas is ondersteunend aan het proces betrokken om de onderwijsinhoudelijke opbrengsten ruimtelijk te vertalen.

Dat is een bewuste keuze.

Niet eerst een ontwerp presenteren en vervolgens kijken hoe het onderwijs daarin past, maar ontwerpen vanuit de vragen, inzichten en uitgangspunten die gedurende het proces met het team naar voren komen. Hierdoor werken we toe naar een onafhankelijk ontwerp, los van het assortiment of de commerciële belangen van één specifieke inrichtende partij.

De ruimte volgt daarmee de inhoudelijke vraag van de school en niet andersom.

Waar we nu staan

Dit traject is nog volop in ontwikkeling. En juist dat is een belangrijke opbrengst van deze casus. Het team kijkt inmiddels anders naar de fysieke leeromgeving. Er is meer kennis en bewustwording ontstaan over wat een omgeving kan betekenen voor leren, gedrag, welzijn, samenwerken, autonomie en de organisatie van het onderwijs. Tegelijkertijd zorgt die bewustwording ervoor dat bestaande vanzelfsprekendheden opnieuw ter discussie worden gesteld. Dat levert soms antwoorden op, maar soms ook nieuwe vragen.

En dat mag.

Een veranderproces hoeft niet zo snel mogelijk van vraag naar oplossing. Soms is tijd nodig om te ontdekken wat je dacht te willen, wat in de praktijk haalbaar is en wat je uiteindelijk écht nodig hebt.

De volgende stap: van denken naar doen

De volgende stap is het verder uitwerken richting het Definitief Ontwerp (DO). Daarmee verschuift het proces steeds meer van onderzoeken en bedenken naar daadwerkelijk keuzes maken. En uiteindelijk moet je het vooral ook gaan doen. De omgeving gebruiken. Uitproberen. Ervaren wat werkt. Ontdekken wat anders moet. Routines ontwikkelen. Leerlingen meenemen. Als team ervaringen delen en waar nodig bijstellen. Het opleveren van een nieuwe leeromgeving is daarom niet het einde van dit traject. Het is eerder het begin van een volgende fase.

Een ongoing proces

Een leeromgeving is nooit echt af. Onderwijs ontwikkelt. Leerlingen veranderen. Teams ontwikkelen nieuwe werkwijzen en door ervaring ontstaat opnieuw inzicht in wat wel en niet werkt. Daarom zien we de ontwikkeling van De Lunetten niet als een lineair proces met één definitief eindpunt.

Onderzoeken → keuzes maken → ontwerpen → doen → ervaren → evalueren → bijstellen.

En vervolgens begint die cyclus opnieuw. Dat vraagt niet om een omgeving waarin alles voortdurend moet veranderen, maar om een omgeving die ontwikkeling mogelijk maakt én om een team dat leert hoe het die omgeving bewust kan inzetten.

De rol van Lot to Learn

Lot to Learn bewaakt binnen het traject de verbinding tussen onderwijs en fysieke leeromgeving. We brengen kennis in, stellen vragen, helpen onderwijsambities te vertalen naar gedrag en activiteiten en onderzoeken samen met het team wat dit van de omgeving vraagt. Maar we vinden het minstens zo belangrijk dat het team zelf anders leert kijken. Want uiteindelijk is niet het ontwerp het belangrijkste resultaat.

De grootste verandering ontstaat wanneer een team begrijpt wat de fysieke omgeving kan betekenen, bewuster keuzes leert maken en de ruimte daadwerkelijk als instrument voor leren en ontwikkelen gaat gebruiken.